Buitengewone vergadering Geërfden van het dorp Velp

Notulen Vergadering d.d. 17 januari 2008, gewijzigd vastgesteld 27-02-2008

Locatie:       
Zalencentrum Parkstaete, Parkstraat 3, Velp

Aanwezig:  
Het volledige bestuur, 155 “Geërfden”

Notulist:      
Pieter Hoefsloot

Agenda:        Ingekomen brief inzake wel of geen goedkeuring verlenen met betrekking tot het herstel Rozendaalsche Zand

Opening:

De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. De grote opkomst inspireert hem om een dringende oproep te doen voor de Heidewerkdag op 23 februari en de Algemene Vergadering de 27ste  van dezelfde maand. Na wat zandhumor wordt de brief van Dhr.Gunning voorgelezen. Hierin wordt de CvB verzocht een buitengewone Vergadering te beleggen waar de volgende vragen aan de vergadering voorgelegd dienen te worden.

  1. Is de vergadering van mening dat aan het voorstel van de gemeente Rheden m.b.t. het stuifzandgebied, dat onder meer inhoudt dat de maatregelen, rond 1890 genomen ter beteugeling van zandverstuivingen, ongedaan worden gemaakt, goedkeuring dient te worden gegeven dan wel te onthouden?
  2. Is de vergadering van mening dat vast gehouden dient te worden aan het bepaalde in artikel 4 van de schenkingsvoorwaarden, waarin is vastgelegd dat slechts door tenminste 2/3 van de ter vergadering aanwezige Geërfden goedkeuring kan worden verleend aan voorstellen van de gemeente Rheden, die een afwijking behelzen van de bepalingen in de artikelen 1 en 3 van de schenkingsvoorwaarden.
  3. Verlangt de vergadering de uitdrukkelijke toezegging van de gemeente Rheden dat op geen enkele wijze uitvoering zal worden gegeven aan haar voornemen inzake het stuifzandgebied op het Rozendaalse Veld, indien de vergadering haar goedkeuring onthoudt aan de onder vraag 1 beschreven plannen.

Indachtig art.2, waarin de gemeente de vrije hand in het beheer van het desbetreffende gebied krijgt, legt de CvB in eerste instantie het verzoek  naast zich  neer. In haar ogen kan deze vergadering namelijk alleen een niet effect sorterend besluit nemen waardoor de noodzaak van een BV ontbreekt. De reactie via advocaat van Ravenhorst, die niet ingaat op de door de CvB aangedragen argumenten, maar wijst op de verplichting voortvloeiend uit art.18 van het Reglement doet de CvB alsnog besluiten tot het bijeenroepen van deze vergadering.

Vervolgens wordt met een power point presentatie de geschiedenis, schenkingsakte,kaarten  van het betreffende gebied, reglement en de conclusie van de CvB getoond.

Ter aanvulling meldt de voorzitter nog dat de brief van Dhr.Gunning voor de CvB een enorme verassing was, daar tijdens voorlichtingsexcursie op 1 december jl alleen procedurele bezwaren en geen inhoudelijke kritiek ter sprake is gekomen.

Het doorlopen van het publiekrechtelijk traject zowel door de gemeente Rheden als de gemeente Rozendaal, de gegeven voorlichting in de 3 afgelopen AV’s, de in het kader van het convenant gepleegde overleg en de verleende vergunningen kan alleen tot de conclusie leiden dat het project niet meer te stoppen is.

Vervolgens krijgt Dhr.Gunning het woord. Ook hij onderstreept zijn betoog met het tonen van de teksten uit de schenkingsakte en reglement. Zijn belangrijkste conclusies zijn:

  1. Art. 2 van de schenkingsvoorwaarden staat niet op zichzelf; artikel 6 is onlosmakelijk gekoppeld aan artikel 2.
  2. De schenkingsvoorwaarden zijn geschonden doordat geen toestemming van de AV is gevraagd voor de instemming met dit project.
  3. Hij verwijt de CvB eigenmachtig optreden.
  4. De hoogste instantie is zijns inziens altijd de Algemene Vergadering.

Mevr. en Dhr. Braaksma wijzen op art.6.2 van de schenkingsakte die het ruimen van bomen in dit gebied verbied. De voorzitter antwoord hierop dat dit artikel onderschikt is aan art.2 en de essentie heeft het stuifzand vast te leggen. Wij spreken hier dan wel over 1921, waar toen tegen stuifzand heel anders werd aangekeken. De CvB blijft van mening dat het bewaken van art.6 heden ten dage dan ook een bestuurstaak is, welke via het convenant uitgevoerd wordt. Opm. Mevr.Braaksma, te tijde vaststellen deze notulen, “De CvB moet niet bewaken maar beschermen.”

Dhr.v.Ravenhorst vindt de getrokken lijn, van het noorden van het Rozendaalse zand naar het noorden van het Worth-Rhedense zand discutabel en niet relevant. Zijns inziens beperkt artikel 10, de bevoegdheden van de CvB zodanig dat ook art.6 hier onder valt. Van Ravenhorst meent dat de gemeente onvoldoende voorlichting heeft gegeven en voelt zich misleid.

De voorzitter verwijst naar het reglement  waarin zaken zijn gespecificeerd,die door de CvB aan de vergadering moeten worden voorgelegd. Van Ravenhorst meent dat dit niet letterlijk moet worden gelezen maar dat het gaat om de interpretatie.

De voorzitter meent daarop dat dit dan evenzeer geldt voor de artikelen uit de schenkingsakte waarover nu wordt gesproken.

Verschillende sprekers uiten daarna inhoudelijke bezwaren en zijn bevreesd dat het hondenlosloopgebied in de toekomst zal worden ingeperkt. Dit laatste wordt door de voorzitter stellig ontkracht met de mededeling dat hij de garantie van de gemeente Rheden heeft gekregen dat er geen plannen hiervoor zijn. Ook de ,in het verleden, genoemde herplant plicht, welke ten nadele van de heide zou zijn is door een verkregen dispensatie van de baan.

Daarna wordt de door Dhr.Gunning aangedragen zienswijze in stemming gebracht. Bij handopsteken 75 voor en 47 tegen wordt dit door de vergadering overgenomen.

De CvB zegt toe de uitslag van deze vergadering aan de Gemeente Rheden over te brengen.

De voorzitter meldt dat de vergadering niet van deze CvB kan verlangen om een procedure tegen de gemeente te beginnen. Waarop Dhr.Schaeffer opmerkt dat dit ook, gevolge art.10 van het reglement, niet kan zonder de goedkeuring van de vergadering. De conclusie is dan dat de CvB zich gaat beraden over haar positie.

Met het citaat uit een eerder antwoord op de brief van Dhr.Gunning “Overigens is het mooi om te merken dat zovele Geërfden zich nog zo nauw bij de heide en het Geërfde zijn betrokken voelen.” Werd de vergadering om 22.00 uur gesloten.

Maarten Schellingerhout – Voorzitter
Pieter Hoefsloot – Secretaris